De Jaguar C-Type #17 is geen willekeurige racewagen. Het Jaguar Heritage Trust-register identificeert chassis XKC053 als de wagen waarmee Moss en Walker op 13 en 14 juni 1953 aan de 24 uur van Le Mans deelnamen. In totaal bouwde Jaguar tussen 1951 en 1953 slechts 53 à 54 exemplaren van de C-Type, en dit is de fabrieksversie in de zwaarste uitvoering. Spark Model bracht dit 1:43 resinschaalmodel uit in augustus 2026.
De Jaguar C-Type: aluminium carrosserie en een motor van 220 pk
William Heynes ontwierp het lichtgewicht multi-tubulaire frame; de aerodynamische aluminium barchetta-carrosserie werd gevormd door Heynes, Bob Knight en Malcolm Sayer. Voor 1953 gebruikte Jaguar dunner aluminium plaatwerk en verving de dubbele SU-carburateurs door drie Weber 40DCO3-carburateurs, waarmee het vermogen steeg van circa 200 pk naar circa 220 pk. De wielbasis bedraagt 2.438 mm, de totale lengte 3.988 mm. Buitenste deurgrepen ontbreken: de C-Type is puur functioneel ontworpen, zonder concessies aan weggebruik.
Schijfremmen en een indrukwekkende inhaalrace op Le Mans 1953
De editie van 1953 was de eerste Le Mans-race waarbij schijfremmen werden ingezet — Jaguar uitrustte alle drie de werkswagens met Dunlop-schijfremmen op alle vier de wielen, wat een directe verschuiving in de gehele auto-industrie teweegbracht. Moss en Walker namen vroeg de leiding, maar twee pitstops voor een verstopte brandstoffilter wierpen hen terug. Vervolgens vochten ze terug door het veld en eindigden ze op 300 ronden — slechts vier ronden achter de winnende C-Type #18 van Tony Rolt en Duncan Hamilton, die als eerste Le Mans-winnaar gemiddeld sneller dan 100 mph reden (105,85 mph). Teammanager 'Lofty' England zette dezelfde rijderskoppels in als in 1952.
Spark Model: resin in 1:43 met de kleur van het werksteam
Spark Model vervaardigt dit 1:43 resinschaalmodel in British Racing Green, overeenkomstig de BRG-lakering van het Jaguar Cars Ltd.-werksteam. Het witte racenummer 17 staat op de neus, precies zoals op de originele wagen, zonder enige reclameopdruk. De carrosserie is een gesloten, eendelig resingeheel; het detailwerk concentreert zich op de externe oppervlakken, de uitlaatstompen en de karakteristieke barchettavorm. Spark produceerde ook de zusterwagens #18 (winnaar, Rolt/Hamilton) en #19 (4e, Whitehead/Stewart) in dezelfde schaal, zodat het volledige Le Mans-fabrieksresultaat van Jaguar in één vitrine te reconstrueren is.
In de vitrine: een drieluik van Le Mans 1953
Het model meet 9,5 cm in lengte — compact genoeg om samen met de C-Type #18 en #19 van Spark naast elkaar te plaatsen op één plank van 35 cm. De 1:43-schaal is de meest gangbare formule voor Le Mans-diorama's en sluit aan op bestaande Spark-series over het WK Sportwagens van de jaren vijftig. Voor verzamelaars die de geschiedenis van de schijfrem of de erfenis van Stirling Moss willen documenteren, is dit model het directe bewijs: chassis XKC053, gedocumenteerd door het Jaguar Heritage Trust.
Veelgestelde vragen
Hoe groot is het schaalmodel 1:43 van de Jaguar C-Type?
De echte Jaguar C-Type is 3.988 mm lang. Gedeeld door 43 geeft dat een modellengte van circa 9,5 cm. Voor je vitrine betekent dit dat je met drie naast elkaar geplaatste C-Types (#17, #18 en #19) rekening moet houden met een benodigde breedte van ongeveer 30 à 35 cm.
Heeft het model beweegbare delen?
Nee, de carrosserie is een gesloten, eendelig resingeheel zonder beweegbare deuren of motorkap. Het detailwerk is geconcentreerd op de externe aerodynamische vlakken, de typische barchetta-romp en de correcte BRG-lakering met wit racenummer.
Van welk materiaal is het model gemaakt en wie is de fabrikant?
Het model is vervaardigd door Spark Model uit resin — een hard kunsthars dat fijne oppervlaktedetails en stabiele kleuren biedt. Spark Model is gespecialiseerd in 1:43 resinschaalmodellen van historische en hedendaagse racewagens.
Wat maakt chassis XKC053 historisch relevant?
Het Jaguar Heritage Trust-register documenteert XKC053 als de specifieke wagen bestuurd door Stirling Moss en Peter Walker op Le Mans 1953. De drie werkswagens van dat jaar waren de eerste Le Mans-deelnemers met schijfremmen op alle vier de wielen, een primeur die de remtechniek voor productieauto's permanent veranderde.