Het Oranje Tijdperk: hoe Jägermeister de geschiedenis van de autosport heeft geschreven


Jägermeister-race-set met schaalmodellen, oranje diecast-verzamelobjecten voor verzamelaars bij Vroomi

Tussen 1972 en 2000 was de feloranje huisstijl van Jägermeister te zien op racewagens van Porsche, BMW, Opel en Alfa Romeo in de DRM, het World Sportscar Championship en de DTM. Geen enkele andere sponsor uit die tijd wist gedurende drie decennia en bij vier autofabrikanten dezelfde visuele consistentie te realiseren.

Leestijd: 3 minuten

Er zijn maar weinig kleurstellingen in de motorsport die zo direct herkenbaar zijn als het dieporanje van Jägermeister. De kop van het Hubertus-hert op een mandarijnkleurige achtergrond is een echt statement. Van 1972 tot 2000 heeft Jägermeister de geschiedenis van de motorsport mede bepaald. De Duitse fabrikant van kruidenlikeur had een consistente visuele identiteit. Hun programma kon zich bijna drie decennia lang meten met dat van elke fabrieksploeg. De Jägermeister-collectie bij Vroomidocumenteert dit tijdperk. Ze omvat vier fabrikanten en drie decennia aan wedstrijden.


Hoe het allemaal begon: 1972 en een moedige beslissing

Het ontstaansverhaal is typisch Duits. Het is pragmatisch, direct en onverwacht visionair. In 1971 vroeg Eckhard Schimpf zijn neef Günter Mast om een geldbedrag. Mast was de CEO van Mast-Jägermeister. Schimpf wilde meedoen aan de Rally van Monte Carlo. Het voorstel was simpel: stickers op de auto plakken. En dan zien we wel verder. Mast was al bezig met sportsponsoring. Jägermeister werd het eerste merk op een Bundesliga-shirt. Dit was vanaf 1973 bij Eintracht Braunschweig. Mast zag de kans onmiddellijk.

De eerste Jägermeister-raceauto was eigenlijk donkergroen. Dat was de kleur van de fles. Na twee races vond Günter Mast dat de auto niet opvallend genoeg was. Er werd besloten om over te stappen op het legendarische oranje. Vanaf dat moment stond het kleurenschema vast. Elke auto die onder de vlag van Jägermeister reed, zou dezelfde intens oranje kleur dragen. De hertenkop stond centraal op de carrosserie. Langs de zijkanten stond een opvallend gotisch lettertype.


De Porsche-jaren: DRM, turbokracht en de 935

Het Jägermeister-tijdperk in de GT- en endurance om Porsche. Het Deutsche Rennsport Meisterschaft (DRM) vormde daarbij het belangrijkste toneel. Dit speelde zich af in het midden van de jaren zeventig en de jaren tachtig. De Jägermeister-Porsches werden de favorieten van het publiek. Op papier waren ze niet altijd de snelste, maar ze werden wel steevast het meest gefotografeerd.

De Porsche 934 Turbo werd in 1976 geïntroduceerd. Hij was gehomologeerd voor Groep 4. Dit was een van de eerste Porsches in de kleur oranje. En dat op professioneel niveau. Hij beschikte over een 3,0-liter turbogeladen zescilinder-boxermotor. Het was een agressieve auto die graag met de achterkant uitbrak. Hij beloonde gedreven rijstijl, maar strafte concentratieverlies af. De 935 volgde, met door Kremer gebouwde doorontwikkelingen. Deze bracht het concept nog een stap verder. Hij had een verbrede carrosserie en een aangepaste aerodynamica. Het vermogen van de turbomotor steeg in de topuitvoering tot boven de 600 bhp.


Groep C en de alliantie tussen Brun en Jägermeister

De Porsche 956 vormde het apex de betrokkenheid van Jägermeister. Deze auto stond symbool voor endurance op het hoogste niveau. Onder de vlag van Team Brun Motorsport kwam de oranje 956B in actie. De auto reed op het hoogste niveau van het Wereldkampioenschap Sportwagens. De rijdersselectie van Brun bestond uit toprijders, waaronder Stefan Bellof, Hans Stuck, Oscar Larrauri en Thierry Boutsen. Ook Derek Bell een jonge Gerhard Berger kwamen in actie. Ze reden allemaal onder de oranje vlag. Team Brun won in 1986 het Wereldkampioenschap Sportwagens. Ze versloegen de fabrieksteams van Jaguar, Nissan en Mercedes-Benz.


Verder dan Porsche: BMW, Opel en het DTM-tijdperk

De aanwezigheid van Jägermeister was nooit beperkt tot één merk. De Duitse autosport ontwikkelde zich in de jaren tachtig tot het DTM-tijdperk. De oranje kleurstelling ging daarin mee. De BMW 320 Groep 5 werd een icoon. Hij had opvallend uitgebouwde wielkasten. Een hoog geplaatste spoiler maakte het geheel nog indrukwekkender. Het was een van de meest opvallende auto’s met het hertenhoofd. Het bedrijf bleef eigenaar van hun BMW 320 uit Groep 5. Deze dateerde uit de late jaren zeventig. Het onderstreepte hun oprechte liefde voor de racerij.

In het DTM-tijdperk verhuisde de oranje auto naar Opel. Eerst was hij te zien op de V6 Omega 3000. Team Schübel zette hem in 1991 in met Manuel Reuter. Later verhuisde hij naar de Alfa Romeo 155 V6 TI. Michael Bartels reed ermee in 1995. De sponsoring eindigde in 2000. Mast-Jägermeister verlegde zijn marketinginvesteringen en richtte zich voortaan op muziek en festivalcultuur. De Opel Astra was de laatste auto in het kader van die samenwerking.


Wat de Jägermeister-motorsportgeschiedenis zo bijzonder maakte: de Endure-kleurstelling

De oranje kleur van de Jägermeister was niet ontworpen door een reclamebureau. Er was geen focusgroep mee getest. Er werd voor gekozen omdat de kleur opviel. Tussen alle witte, rode en zilveren auto’s sprong het oranje eruit. Vanaf de tribunes was de kleur al vanaf 200 meter goed te zien. In combinatie met de achtervleugels van Porsche uit het DRM-tijdperk werd het geheel een icoon.

Er is een structurele reden voor de samenhang in de kleurstelling. Jägermeister heeft zijn identiteit door de decennia heen nooit verwaterd. Hetzelfde oranje, hetzelfde hert en hetzelfde lettertype bleven behouden. Dit gold voor een Porsche 934 uit Groep 4 in 1976. Het gold ook voor een ITC Alfa Romeo 155 in 1995. Die discipline maakt het verschil tussen een tijdgebonden kleurstelling en een blijvende visuele cultuur. Voor meer context is deofficiële motorsportgeschiedenis van Mast-Jägermeisterde belangrijkste documentaire bron.